Na Fir Bolg – een festivalverslag

18 juli 2010

Folkfestival Na Fir Bolg was dit jaar aan zijn 16e editie toe. De naam is intussen gewijzigd naar ‘folk, rock- en kleinkunstfestival’ en die vlag dekt de lading, er was voor elk wat wils. Spijtig dat het festival in hetzelfde weekend viel als Gooikoorts, al denk ik dat beide festivals intussen hun eigen niche hebben gevonden. In Gooikoorts vind je tussen de minder bekende, akoestische folkjuweeltjes ook enkele meer populaire dingen, op Na Fir Bolg vind je tussen de populaire folkrockoptredens ook nog enkele folkjuweeltjes. Of zoals een vriend het verwoordde: Gooikoorts is meer afgeborsteld, Na Fir Bolg is ruiger. Ik geloof dat er voor beide een publiek is.

De vrijdagavond was zoals steeds de avond van het Boombal de luxe. Op een overvolle dansvloer gaf het fotogenieke SAKURA het beste van zichzelf. Deze groep bestaat o.m. uit 2 lieflijke zusjes Bauweraerts en de al even lieflijke violiste Elke Gillis. Ik schrok van de luide drum en bass die bij het optreden hoorde. Ben ik te lang niet naar een Boombal geweest om te weten dat dit intussen ‘normaal’ is? SPI ET LA GAUDRIOLE kon me zeker wel bekoren, deze Franse balgroep uit de Languedoc bracht muziek uit eigen streek. Er werd veel gezongen, door een zanger met een punkverleden, en de schalmei schalde uitbundig. In het repertoire zaten nogal wat rondeaus en andere minder bekende kettingdansen, wat maakte dat er af en toe plek was op de dansvloer. Al namen de geoefende dansers goed het voortouw om de anderen ook mee te krijgen. Toen er op een gegeven moment geaarzeld werd bij de enthousiaste aankondiging dat er nu een ‘chapeloise’ gespeeld ging worden, bleek het na enig georganiseer en getwijfel gewoon om de Franse vertaling van ‘een jig’ te gaan. Het Boombal werd afgesloten met BEATBALL, de broeders Harald en Rurik Bauweraerts op draailier en doedelzak en met een flinke beat onder elk nummer. Ongetwijfeld vernieuwend in Vlaanderen en dus op zich interessant om te horen. Maar mooi vond ik het niet. Wel gek om dansers te zien folkdansen op beats, ik vroeg me af of dansers dit nu werkelijk toffer zouden vinden dan minder elektronische folk…

Zaterdag was een groot deel van de garde jonge folkdansers alweer verdwenen (naar Gooikoorts?). In de plaats daarvan traden de folkrockers aan. Er waren op zaterdag opmerkelijk veel stoere mannen in het publiek. En helaas al even opmerkelijk op zaterdag: veel verloren gegooide bierglazen in het zand en het gras. Spijtig. Het was de folkrockdag en we zouden het geweten hebben: de drums en bassen tierden welig. Het geluid stond dit jaar ook weer opmerkelijk luid op Na Fir Bolg. Enkele vriendinnen verlieten tijdens concerten de grote tent omdat ze er oorpijn van kregen. Maar de muziek nu… die mocht er toch wel zijn.

SENS UNIQUE had pech. Deze Belgische Franstalige folkrockers hadden er naar uit gekeken te mogen spelen op hetzelfde podium als de Levelers. Helaas voor hen zaten hun bassist en drummer vast in het verkeer (ik lachtte stiekem in mijn vuistje). We kregen dus een set in uitgedunde bezetting met accordeon, viool en gitaar. Maar het was mooi zo, deed denken aan Coïncidence, de groep waarmee Yves Barbieux furore maakt voordat hij aan Urban Trad begon.

In de kleine tent werd ik bijzonder aangenaam verrast door BROES, een jonge folkgroep die enkele klassebakken uit andere jonge folkgroepen verenigt. Gitarist Florian De Schepper toonde zich bovendien een goeie animator tussen de nummers door. Het bisnummer werd opgedragen aan ‘de Guy’ die tijdens het optreden van Broes iedereen verbaasd had door een lange reel helemaal alleen met zijn danspartner voor het podium uit te dansen. Maar vooral… knappe en goed gespeelde muziek jongelui!

Revelatie van de dag was THE BLACK TARTAN CLUB. Stoere mannen die snoeiharde celtic punk speelden. Netjes schots gerokt (helemaal zoals het hoorde merkte ik toen een van de groepsleden over het dranghek sprong en het rokje even omhoog ging…), met de vereiste doedelzakken, tatoeages, ontblote, gespierde en bezwete bovenlijven en een obligate vuurspuwact op het einde. ‘Proud to be a Celt’ en dergelijke kreten behoorden uiteraard tot hun vocabulaire. De zanger zong meer dan behoorlijk in zijn genre en de groep bracht zijn ding op een geloofwaardige manier. Achteraf was ik zeer verrast te merken dat een aantal groepsleden gewoon Vlamingen waren.

JAMIE CLARKE’S PERFECT, een folkrockgroep waarvan de hoofdman nog bij THE POGUES had gespeeld, had intussen het Poguesrepertoire afgezworen en bracht andere klassiekers. Ik miste wat melodie-instrumenten, maar de sfeer zat er wel in.

De pubtent zat intussen propvol voor het optreden van PIEPKLEIN. Dit gezelschap bracht een zotte Nederlandstalige mengeling van ska, punk, kleinkunst, boenkmuziek,… Hun humor werd gesmaakt en hun muziek was zeer ok.

Hoofdact op zaterdag waren THE LEVELERS. De meningen over dit concert liepen uiteen. Volgens sommigen was het heel goed, anderen zegden dat je net zo goed een CD kon opleggen en nog anderen vonden dat er te weinig hits werden gespeeld. Feit was dat The Levelers er muzikaal wel stonden, maar tegelijk behoorlijk op automatische piloot leken te spelen. Frontman Mark Chadwick zong goed, maar legde nauwelijks contact met het publiek, er werd nauwelijks iets gezegd. Bassist Jeremy Cunningham, met de dreadlocks, maakte een veel enthousiastere indruk. Hoogtepunten van het optreden waren voor mij de nummers die hij als zanger voor zijn rekening nam. Mijn lievelingslevelersnummer ‘Another Man’s Cause’ zat helaas niet in de set.

Op zondag kregen we weer een ander publiek op Na Fir Bolg: rustigere mensen die naar kleinkunst kwamen luisteren. De HARMONIE VAN VORSELAAR, al voor de 14e keer op rij de opener op zondag, deed wat van haar verwacht werd: mooie luistermuziek en ambiancevolle sfeer brengen. En weer probeerde men de vlaggeman dronken te voeren in plaats van de brave man met zijn vlag te laten zwaaien :-) .

In de pubtent zagen we kleinkunstenaar GEERT VANDENBON. Deze vijftiger uit Brabant met een warme zachte stem bracht zelfgeschreven kleinkunstnummers. Mooi om rustig naar te luisteren, misschien iets minder dankbaar om ten gehore te brengen in een festivaltent.

Ambiancevoller in eenzelfde soort genre was HANS MORTELMANS met zijn groep. Hans werd het afgelopen jaar tijdens hommages opgevoerd als iemand die muziek maakt ‘in de geest van Wannes Van de Velde’. Tijdens de hommages die ik hem zag brengen, snapte ik niet zo goed waarom deze jongeman nu precies aan Wannes werd gelinkt. Maar nu ik hem bezig hoorde met zijn eigen nummers voelde ik het wel: eigenzinnige songteksten, pittige meningen in Antwerps dialect en een passievolle gitaar en groep. Zo maakte Hans een nummer in de sfeer van Django Reinhardt dat erover ging dat Django eigenlijk tijdens de 2e wereldoorlog met de Duitsers had gecollaboreerd. Ook memorabel was een fado-nummer. Fado is melancholisch en frivool tegelijk en dus zocht Hans een onderwerp in de Nederlandse taal dat aan die criteria kon voldoen: de borsten van zijn vrouw. Ik ben zowaar bijna een overtuigde fan geworden…

Maar de grote massa kwam natuurlijk voor de 70-jarige WILLEM VERMANDERE. Willem en zijn 3 kompanen brachten een onderhoudende set met relatief veel nieuwer werk. Het is duidelijk dat Vermandere het rijmen nog niet verleerd is. Hij ergerde zich wel aan het –volgens mij niet zo erg luide- geroezemoes in de tent en vroeg herhaaldelijk aan het publiek om stiller te zijn zodat hij zichzelf kon horen. Misschien had hij beter zijn geluidsman om meer geluid in de monitors gevraagd? Verrassend voor mij was vast te stellen dat Bart Caron, Vlaams parlementslid en cultuurspecialist van Groen!, de contrabassist van dienst was. Willem Vermandere kreeg een staande ovatie van een behoorlijk deel van het publiek.

Even tussendoor kregen we weer folkrock, van de CLURICAUNS, een degelijke Kempisch folkrockband, met Michel Bazzoni van Les Offs aan de percussie.

En toen was het de beurt aan JAN DE WILDE en zijn vrienden, onder wie Eddy Peremans. Jan is nog net geen 70, maar ik was toch bang dat de ouderdom vat op hem had gekregen. Dat viel bijzonder mee. Jans stem zat dieper in de kelder dan voorheen, maar dat bracht hem ertoe een mooie Nederlanstalige versie van Mathilda van Tom Waits te brengen. Ik leerde dat Waltzing Mathilda in soldatentaal eigenlijk wil zeggen ‘een shot heroïne zetten om de ellende van de oorlog door te komen’. Jan De Wilde bracht trouw al zijn hits, inclusief De Eerste Sneeuw, een beetje een vreemd nummer tijdens deze zomerse hiottegolf… Joke en De Fanfare van Honger en Dorst werden netjes tot de bissen opgespaard. Jan De Wilde maakte op mij een zeer goede indruk, hij stond op het podium met eenvoud en respect voor zijn medemuzikanten. Hij praatte op een fijne manier met zijn publiek en bracht zijn nummers met overtuiging en een goeie stem. De staande ovatie van zowat de hele tent was verdiend, zeker ook wat mij betreft. Groot RESPECT Jan!

En daarmee zat Na Fir Bolg 2010 er voor mij op. De balans was zeker positief, het was een fijn weekend in goed gezelschap met enkele boeiende ontdekkingen en heel wat mooie momenten.